Reizen en ethische spreidstand

Reizen, ver of minder ver, is meestal iets dat me erg deugd doet. Door ergens anders te zijn, word ik minder getriggerd door de bekende zaken rondom mij om steeds dezelfde zaken te denken en te doen. Je kent het wel. Als je thuis bent, dan ga je meestal opruimen, klussen, de was en de plas…. Niet echt chillen. Daarbij, ga ik liefst naar gebieden waar ik het gevoel krijg dat de “natuur” nog min of meer “intact” is, waar je niet na elke 2de boom een straat of een huis tegen komt. En vooral, waar het wat stiller is.

Heerlijk dat ik met mijn gezin die kans heb. Ik prijs me gelukkig.

Dat hebben we dan ook  afgelopen week gedaan. Samen met ons vier en de hond, de slaaptrein op, naar Sachsische Schweiz. Een prachtig gebied tussen Dresden en Praag. Dus op de grens van Duitsland en Tsjechië.

kerkhof van fijnsparren in Sachsische Schweiz

Het heeft ons vijven deugd gedaan en verder verbonden. Want dergelijke ervaringen zijn wat mensen verbindt in herinneringen. De natuur en de rust was er prachtig. We waren jammer genoeg niet alleen. Heel veel anderen konden deze natuurpracht ook appreciëren. Ik geef ze geen ongelijk.

Nu weten jullie dat ik lijd aan een soort pathologische ethiek. En net zoals ik steeds stil sta bij elke douche, elk toiletgebruik, elke keer dat ik in een wagen stap, elke maaltijd, sta ik zeker en vast stil bij het feit dat de luxe van het op reis te kunnen gaan geen evidentie is in het licht van wat er zich mondiaal afspeelt.

Terwijl de astronauten vanuit Artemis 2, ons wederom tonen hoe klein en nietig onze wonderlijke blauwe planeet is, in de oneindige zwarte ruimte, hebben wij ons klein reisje gemaakt om wederom te ervaren hoe mooi en rustig de wereld kan zijn. Een reisje voor ons vijven van 1800 euro voor de nachttrein, ander openbaar vervoer en de huur van een appartementje. Dit voor 7 nachten, waarvan twee op te trein.

Ondertussen vertellen wetenschappers ons dat op de noordpool het piekijs (de tijd van het jaar waarin er het meeste ijs is) het 2de jaar op een rij, de kleinste hoeveelheid bevat. Dit naast de berichten dat gletsjers overal aan een razend tempo smelten en dat skiliften moeten worden afgebroken, dat de populatie bruine kikkers in 10 jaar tijd is gehalveerd, dat fruitbloesems dit jaar 3 weken vroeger in bloei staan dan het gemiddelde van afgelopen 30 jaar, dat de keizerpinguïn nu sterk bedreigd is (door de effecten van de opwarming),… Met andere woorden: de stroom aan alarmerende berichten rond de staat van onze leefomgeving en de effecten op onze gezondheid en die van andere dieren, vermindert er niet op.

Ik denk dan: "ik, als erg bewuste burger stoot met mijn gezin expres nog eens bij benadering 200 kg CO2e uit voor ons plezier. Dit terwijl we weten dat het budget eigenlijk op is, of erg miniem is (als we grote risico’s willen nemen). Hoe verzoen ik dat met mijn wens dat de aarde leefbaar blijft?

Het had erger gekund. Met onze camionette hadden we bijna 400 kg uitgestoten (wat ons ook minstens 300 euro minder had gekost). En hadden we Wilma de hond niet meegenomen en met het vliegtuig gegaan, dan hadden we samen minstens 3000 kg CO2e uitgestoten. Maar wel meer tijd kunnen vertoeven in de natuur voor minder geld.

Volgens het recentste uitgebreide onderzoek (PNAS-2024) over de maatschappelijke kost die 1000kg CO2e veroorzaakt komt een consensus naar voor van 270 euro per ton CO2 (range $32 - $874).

Terwijl ik kon genieten van de natuurpracht en de rust in het natuurgebied Sachsische Schweiz, werden we geconfronteerd met de effecten van mijn en anderen hun keuzes van afgelopen decennia. Door de opwarming zijn er in veel gebieden op aarde periodes van langdurige droogte. De fijnspar is daardoor minder goed in staat voldoende hars aan te maken tegen onder andere schorskevers. (de letterzetter in dit geval). De fijnspar is eigenlijk een boom die van nature in koudere gebieden voor komt.
Nu is dit gebied enorm getroffen door deze schorskever en zijn zo goed als alle fijnsparren dood of stervende. Het is een slagveld. Het hele gebied is bezaaid met dode bomen. De dood van deze fijnsparren zorgt dat er nog meer en sneller CO2 in de atmosfeer komt. Dit gebeurt op een gigantische schaal. De sterfte van bomen ten gevolge van droogte en schorskevers is de grootste biotische verstoring van bossen ooit gemeten. De effecten zijn niet enkel op het klimaat, maar ook economische. Toch, is het niet enkel negatief. Op zich zijn al die fijnsparren hier gezet door menselijke hand voor snel bruikbaar hout te hebben. Op zich hebben zij niet zo een grote biodiverse waarde. Waardoor het bos (bij goed beheer) dat terug zal groeien veel diverser kan zijn en dus de biodiversiteit ten goede kan komen. En in dit geval, zal het gebied uiteindelijk (binnen 20 à 30 jaar) mooier zijn. Als het gebied niet nog geteisterd wordt door langdurige droogte of branden, of stormen.

Waarom maak ik dan toch die keuze om het te doen, die reis?

Hoe verzoen ik die keuze voor eigenbelang met het verlangen dat ik wil dat de wereld leefbaar blijft? Dat is wat me bezig houdt. Want als ik hier niet naar handel. Wat schiet er dan nog over van waarden?

Het is dat waar ik het zo moeilijk met heb. Als we het oké vinden om te vernietigen op kleine en giga schaal. Waar gaat het dan naar toe met onze morele waarden? Sociale rechtvaardigheid? Nationale en internationale rechtvaardigheid? Mensenrechten? Recht op ontwikkeling en op uit de armoede komen?

Geloven we dan allemaal echt dat door om het even wat te consumeren (van vliegreizen tot confetti), dat we hierdoor alles en iedereen, dankzij de “goddelijke” kracht van “de markt” zullen redden?

Is het zo, dat zolang er geen wetten of (ongeschreven) regels zijn dat we ons op dat vlak niet ethisch moeten gedragen? Met andere woorden, zou je terug aan het moorden of verkrachten gaan, mocht dit plots weer legaal worden?

Waar is de grens? Wat mogen we stelen van anderen?

Want uitstoot die ik nu doe. Of het nu is om te eten (noodzakelijk) of om te gamen of te reizen. Het is uitstoot die er te veel aan is. Die - in het geval we ons aan een limiet willen houden - dus niet meer kan worden uitgestoten door iemand anders. Iemand anders die in armoede leeft, iemand anders die nog niet geboren is, iemand anders die (veel) minder kansen heeft gekregen.

Het feit dat hier nauwelijks over wordt gepraat toont aan hoe de horror in Israël, in Nazi Duitsland en op andere plekken mogelijk zijn. We weten het, we laten het toe, we doen mee. Het overstijgt ons.

“Anders moeten we zelfmoord plegen, willen we geen negatieve impact hebben” wordt er dan gezegd. In het geval van Nazi Duitsland hadden mensen waarschijnlijk sterkere argumenten om mee te doen, dan dat wij nu hebben in het kader van het klimaat, me dunkt.

Ik stel mezelf elke dag de vraag of ik het beter niet los laat. Dat het niet beter is om dan wel dat goedkope en snelle vliegticket te kopen. Daar een huurauto te nemen en me van alle grillen van het openbaar vervoer niets te moeten aantrekken. Elke dag stel ik me de vraag welk nut het heeft, tegen mijn eigen smakelijke drang in, voor veganistisch en vegetarisch te kiezen. Waarom probeer ik die duurdere en moeilijkere warmtepompen te verkopen in plaats van die goedkopere, uitgepuurde en goed werkende condensatiegasketels?

Maar ik doe het (nog) niet. Ik laat het (nog) niet los. Het is sterker dan mezelf. Desondanks de isolatie, de haat, de holle argumenten. Desondanks het afkalvende vertrouwen in de mensen rond mij en de menselijke beschaving. Zijn we echt goed? Of is het echt YOLO en fuck de rest? Niet expliciet, maar in het geniep.

Wat zeg ik tegen mijn kinderen? “YOLO en fuck de rest”?
Want als ze een beetje doordenken is het wel dat wat onze maatschappij hun zegt.  Niet?

De woorden van Primo Levi (Een Jood uit Turijn, die Auschwitz overleefde) uit zijn boek "is dit een mens" over zijn inzicht in het menselijke zijn komen steeds meer terug als ik over deze zaken denk:

"De mens is namelijk zo geschapen dat gelijktijdig geleden moeite en verdriet niet in hun volle omvang op hem drukken, maar zich achter elkaar verbergen, de minder erge achter de ergere, volgens een vaste optische wet. Dat is een uitkomst en maakt dat wij in het kamp kunnen leven. Het is ook de reden waarom je in het vrije leven zo vaak hoort zeggen dat de mens nooit tevreden is; wat niet zozeer een kwestie is van een menselijk onvermogen om ooit echt voldaan te zijn, als wel van een altijd onvoldoende inzicht in de samengestelde aard van zijn ongenoegen, dat vele, opklimmend gerangschikte oorzaken heeft, maar uitsluitend naar de voornaamste wordt benoemd; tot die op gegeven ogenblik wegvalt en men tot zijn schrik achter de eerste oorzaak een tweede ontdekt, en in werkelijkheid een hele reeks.

Daarom merken we, zodra de kou die zolang de winter duurde onze enige vijand leek verdwenen is, dat we honger hebben, en zeggen nu, weer in dezelfde fout vervallend: ‘Als we maar niet zo’n honger hadden!...’"

 

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.